Het walhalla van (denk)processen
“Maar daar kies je dan toch ook zelf voor? Jij laat hem toch een croissant eten?”
Ik slaak een zucht. Je snapt het niet, maar oordeelt wel. Ik bijt op mijn lip omdat ik mijzelf niet wil gaan verdedigen. Ik wil niet uitleggen hoe het is ontstaan, hoe we op dit punt zijn gekomen dat hij croissants eet als avondeten. Want wat voor zin heeft dat als ik al met 0-1 achterloop en mijzelf naar de 1 toe moet gaan werken waardoor ik misschien begrip krijg. En waarom zou ik begrip willen als diegene het vervolgens toch niet écht zal begrijpen. Ik houdt het erop dat het onwetendheid is. En een te snel oordeel en kortzichtigheid, voeg ik eraan toe in mijn hoofd. Ik denk terug aan de keren dat ik te snel geoordeeld heb. Hoe makkelijk dat gaat. En hoe snel je er in trapt. En niet eens over dit specifiek onderwerp, maar zo klein of groot als het is.
Ik heb zeker geleerd om minder snel te oordelen
Om te gaan luisteren en door de woorden heen de boodschap te gaan zoeken wat diegene wil over brengen. En ook dat mislukt nog vaak genoeg. Een ieder die iets mee maakt zal het herkennen. Hoe lastig het kan zijn om je gevoel over te brengen, om aan te geven hoe moeilijk of zwaar iets is. En misschien is het niet het lastigste om het gevoel over te brengen, maar de oprechte wederkerigheid die je aanwezig wenst in een gesprek. Een luisterend oor, zonder oordeel. En eigenlijk is dát waar ik de fout in ga. En blijf in gaan: de verwachting van de ander. Het verwachten dat iemand een niet-oordelende houding heeft. Zodat mij dit een beter gevoel kan geven. Ook het proces van minder verwachten van de ander heb ik geleerd in de afgelopen jaren. Als je anders bent dan de norm.
Hoewel het gesprek verder gaat, waarbij ik nog in dezelfde houding aan tafel zit, merk ik dat ik niet meer aanwezig ben in het hier en nu. Het gesprek heeft zich gelukkig vervolgt over een ander onderwerp en niemand lijkt zich nog te bekommeren over het onderwerp van net: Evan.
Hoewel ik het in begin het moeilijk vond om open te zijn over tegen welke dingen we aanlopen, heb ik geleerd om dit wel te doen. Ik denk dat dit bij het proces van accepteren hoort, besef ik mijzelf. En ondanks dat ik persoonlijk ben gegroeid in voorgaande, kan ik het niet helpen dat ook ik geraakt kan worden door woorden. Op een slechte dag brengt het twijfel. Onzekerheid. Het gevoel niet goed genoeg te zijn. Het niet goed genoeg doen. Het gevoel van: – als ik dit niet had gedaan, was dat misschien niet ontstaan-. De vervelende (ego) stem die in een ieder heeft en je naar beneden haalt. Of The Monkey, zoals Marianne Mudder het noemt in haar boek: Wat ik eerder had willen weten, over angst, zelfliefde en acceptatie. The Monkey is debit aan het je zelf naar beneden halen.
S ’avonds als ik thuis kom en Evan zijn drinken heeft en lekker op de bank zit, loop ik naar de keuken. Linda is aan het koken. Weemoedig kijk ik naar de kip tandoori waarvan ik weet dat Evan het niet zal gaan eten. Sterker nog, Evan eet sinds 2 jaar niet meer bij ons aan tafel. Na een jaar lang strijd te hebben gehad met eten aan tafel (ook al at hij geen warm eten meer), hebben we in overleg met onze behandelaar gekozen om rust te houden tijdens het eten. Geen huilende en schreeuwende Evan meer. Geen angstige ogen meer waarbij zijn bui minimaal een uur aan hield na het eten. Geen broers meer aan tafel die met hun handen op hun oren zaten. Het was geen doen, het kon niet meer. Het was op. Evan zit nu aan een aparte tafel in de woonkamer te eten. Zonder prikkels. Geen bestek dat over het bord krast, of broers die graag hun verhaal willen doen na een dag school, en bovenal geen angst meer om te eten.
Ik haal de croissant uit de verpakking en stel de airfyer in op 8 minuten. Van een afstand zie ik Evan op de bank zitten, te lachen om een filmpje op de televisie. Wat was ik blij toen hij voor de eerste keer een croissant at! Ik begin te glimlachen. Tot die tijd at hij op een hele dag alleen brood, met chocopasta. Zonder korst. Dat ging erin, naast een roze koek. Ondanks de traumatherapie voor het eten, weerde hij nog steeds al het soorten eten af. Tot op een dag dat ik naar een supermarktje ging van de plaatselijke camping winkel. Het was vakantie. De oudste, Jamie, had zin in een croissant met chocopasta. Ik maakte twee het croissantjes klaar, één met chocopasta en één met ham. Jamie moest nog even naar de wc en bij terugkomst hoorde ik dat hij Evan betichte van het op eten van zijn croissant. Ik draaide mij om en keek in het gezicht van Evan, bezaaid met kruimels en bruine chocopasta, met een plak ham in zijn vuistje. Mijn geluk kon niet op! We hebben naast brood een optie er bij! En dat is nu 6 maanden geleden. Het zijn stapjes, kleine stapjes. Maar voor ons hele grote stappen, die hoop bieden en een toekomst bieden.
Het geluid van de airfryer doet mij beseffen dat de croissants klaar is. Ik doe er een dot chocopasta op, om af te toppen met ham. Krijgt hij zijn vlees ook nog binnen. Bijzondere en uitermate vieze combinatie lijkt mij. Ik loop naar Evan toe en zeg op een zingende toon: Evan, je eten is klaar! Hij klapt in zijn handen en rent naar zijn kleine eettafeltje. “Oee lekker mama, lekker lekker!” Ik zet het bord voor zijn neus en geef hem een aai over zijn bol. “Lekker eten lieverd, de mamma’s gaan nu eten”.