Vervolg- even terug in de tijd

 

Mijn lijstje. Ja, ik pak mijn lijstje er weer bij om verder te gaan in de oneindige weg der onzekerheid.

Ik heb nog twee te gaan, waarvan één het MOC is. Ik toets het nummer in en krijg gelijk een vriendelijke mevrouw aan de telefoon. Ze is bereid om een afspraak in te plannen! Ze beaamt dat dit een juiste keuze is, zodat kan worden gekeken vanuit hier of Evan het beste naar het reguliere of het speciale onderwijs kan gaan. We maken een afspraak en ze vertelt ons dat er verschillende observaties zullen plaats vinden op die dag.

 

De dag dat het zo ver is, nemen we Evan mee naar een gebouw die middenin een woonwijk staat. De zoveelste afspraak voor Evan, besef ik mij. De keren dat we bij het ziekenhuis zijn geweest, eerst WZA en later UMCG, kan ik niet meer op twee handen tellen. Laat staan de onderzoeken die hij heeft gehad  bij Accare, de orthopedagoog, en laten we de huisartsenbezoeken en de spoeddiensten. Maar hij lijkt er geen moeite mee te hebben, en terwijl wij naar binnen lopen, pak ik zijn hand vast. Mijn geluksmomentje. De nabijheid in een aanraking kunnen voelen. Een trots gevoel bekruipt mij. Wat komt hij al van ver. Van geen nabijheid – zelfs niet van zijn moeders-, niet  een troostende knuffel kunnen ontvangen, naar het vast houden van mijn hand. Trots!


In het gesprek doen wij ons verhaal. Ik heb de papieren van de verschillende onderzoeken mee, in middels een volle map. Even later neemt een jonge meid – gelukkig blond haar, voor hem vertrouwt net als zijn moeder, hem mee naar een speelruimte. De observatie gaat beginnen. In een glimp zie ik dat Evan de  speelruimte in zich op neemt, waarna hij dol op elk toestel zijn enthousiasme loslaat.

We vervolgen ons gesprek, om een uur later, met de blonde meid en Evan aan te sluiten. ‘We moeten nog een officieel verslag doen maar het lijkt erop dat Evan niet passend is voor het MOC. Hij is te ‘goed’ voor de jongste groep. Bij deze groep zou hij aansluiten betreft zijn leeftijd, maar hij is cognitief te slim waardoor hij buiten de pas zal gaan lopen.” Buiten de pas lopen, waar heb ik dat eerder gehoord. Ze vervolgt: de oudere groep is hij te jong voor.  Dan sluit hij emotioneel niet aan bij zijn leeftijd”. Op de vraag of hij dan naar het regulier onderwijs kan gaan of speciaal onderwijs, blijft het antwoord schuldig. ‘Dat beoordelen we normaal gesproken in het  traject van minimaal zes maanden, op het MOC. Maar daar komt hij dus niet voor in aanmerking”.

Verward en enigszins opgelucht, verlaten we het niets uitziende pand. Cognitief te slim. Dat is positief, toch? Maar hem op regulier onderwijs doen? Kan dat dan wel? Misschien zit ik er naast. Misschien kan dat gewoon. En natuurlijk wil ik dat, dan zal hij opgroeien in hetzelfde dorp waar een reguliere basisschool is, en kan hij vriendjes maken met leeftijdsgenoten uit het dorp.

 

De dagen erna blijf ik een knagend gevoel behouden.  Moet ik het advies opvolgen van de  kinderopvang en kleuterschool? Gewoon regulier onderwijs?

 

Er gaat een week overheen, voordat ik de oplossing heb: ik vraag een onafhankelijk advies van een reguliere school. Ik bel een school die wellicht kan aansluiten bij hem:  het Jenaplan onderwijs. En zijn broer Owen van bijna 9 jaar zit daar ook op school. Ik bel het nummer en krijg de directrice aan de telefoon. We plannen een afspraak en ja het is wenselijk als Evan mee komt naar de afspraak.

 

Lees het vervolg in mijn volgende blog: kennismaking met een nieuwe school