wanneer konijn nog niet wakker is

“Mammaaaaa”,  hoor ik in de verte op schreeuwende toon.  “Mammaaa, mammaaa, mammaaaa!” Nu meer een ritmische toon. Fijn die afwisseling. Nu graag nog wat zachter, zeg ik in mijzelf. Ik probeer mijn ogen te openen en mij te oriënteren in de te donkere kamer. Op zoek naar mijn telefoon. Naar de tijd. Hebbbes! Het scherm ligt te fel op en laat de cijfers 04.45 zien. Met een kreunend geluid probeer ik Evan te negeren maar de ritmische toon gaat over in een gillende sirene en ik weet dat ik nu moet op staan, voordat de andere kinderen wakker worden.

Ik laat mijn benen vallen naast het bed. Het slapende gevoel in mijn lichaam is meteen voorbij als ik de koude vloer aanraak met mijn voeten. Haastig gris ik een kledingstuk uit de kast en neem ‘m onder mijn arm. De trap af, richting Evan zijn slaapkamer. Ik doe de deur open en zie een betraand gezicht mij hulpeloos aankijken.

Hij begint zijn verhaal af te steken, te verdedigen waarom hij midden in de nacht wakker wordt. Want hij weet: deze mamma houdt niet van nachts wakker worden, de slaap is heilig! Terwijl hij mij aan kijkt en zijn woorden zoekt, laat ik mij zakken op de grond waardoor ik op ooghoogte tegenover hem zit.

“Mamma, ik heb een natte luier”.

De eerste smoes, die al te vaak geprobeerd is en ik denk te weten dat het niet waar is. Ik blijf hem strak aan kijken. Zonder iets te zeggen vervolgt hij: “Ik heb honger. Mamma, Konijn is nog niet wakker”. Hij wijst naar de blauwe klok Konijn die op zijn kastje staat. Ik draai mijn hoofd mee en constateer hetzelfde.                              “Nee Evan, Konijn is nog niet wakker. Het is middenin de nacht. Als Konijn geel wordt dan komt de zon op en is konijn wakker”. Een automatisch riedeltje, maar hij heeft het nodig om de bevestiging te horen. Hij laat zijn hoofd zakken en begint te snikken. Eerst zachtjes en daarna steeds harder. Tranen biggelen over zijn wangen.

 

“Lieverd, waarom moet je nu huilen?” zeg ik op zachte toon. Hij lijkt te verdrinken in zijn verdriet, en gooit alles woorden eruit die hij kent.                                    “Mamma, ik niet alleen zijn. Het is zo donker maar ik niet meer slapen. Ik al lang wakker zijn, hele tijd naar Konijn kijken maar wordt niet geel. Ik niet alleen willen zijn. Bij joooouu zijn”.  Een snikkende toon als afsluiter geeft het gesprekje kers op de taart.

Ik probeer na te denken terwijl ik mijn armen over elkaar houdt. Mijn lichaam voelt inmiddels koud en zie in mijn rechter ooghoek dat daar het kledingstuk ligt. Terwijl mijn gedachten verzonken zijn, duw ik het kledingstuk dicht tegen mijn aan, als enige warmte. Zijn nachten zijn sinds een aantal dagen weer helemaal verstoord. Hij slaapt slecht en overdag heeft hij dwars gedrag. Schreeuwen en boos zijn uit het niets. Lang leve de vakantie periode. Weg met de structuur en het ritme van school. Elke verandering is voor hem een forse opgave maar 6 weken geen school is toch wel altijd het maximum. Morgen gaat hij naar de dagopvang, bedenk ik mij. In de vakantie 1 dag per week, iets waarbij wij kunnen opladen hij kan ontladen.

Blijkbaar ben ik te lang in gedachten, want Evan begint te stampen met zijn voeten op de grond. “Goedzo Evan”, hoor ik mijzelf op automatische toon zeggen.  “Je mag boos zijn en je mag stampen maar ik wil niet dat je gaat schreeuwen”. Ik besluit voor nu dat ik bij hem ga liggen, met het besef dat als ik hem nu probeer te kalmeren en alleen achter laat in zijn slaapkamer, een dramatisch tafereel gaat volgen. “Goed Evan, voor deze keer kom ik bij je liggen. Maar mamma wil niet dat je gaat kletsen en wij gaan gewoon slapen”. Een dankbare Evan met de woorden “Ah mamma, zo fijn, ik houd van jou!” zijn het gevolg.

Nog met het kledingstuk in mijn hand, waarbij ik inmiddels ontcijferd hebt dat het een T-shirt is, probeer ik mijzelf erin te hijsen terwijl Evan zijn dekbed open slaat zodat ik er bij kan liggen. Mijn armen lijken niet te passen en mijn hoofd blijft steken in het grootste gat. Bah, ik weet dat de vakantie altijd kilo’s aanzet, als een vliegende wind, maar dit slaat alles. Onbeholpen probeer ik met mijn billen mijzelf te wurmen in het te kleine bed van Evan, waarbij mijn hoofd zicht bonkt, gewikkeld in een T- shirt, tegen de houten paal van het hemelbedje. Evan begint te lachen. Hoewel zijn schaterlachje bij mij een voelbaar vrolijk stofje achterlaat,  kan ik mijn frustraties van een te krap T- shirt niet negeren. Ik gris het ding van mijn hoofd waarbij ik het voorwerp als een besmettelijke ziekte voor mij uitsteek. Er hangt een labeltje aan en bij het lezen van de tekst slaak ik een diepe zucht. Size L. Van mijn 16 jarige zoon.