Ja, ik romantiseer – Ode aan alle dierbaren

Soms zit je even in de sentimentele sfeer. En daar zit ik nu in.…

Soms trek ik het niet meer… Het leven, de stress, de rollen die ik aan neem. Of alleen al de gedachte aan mijn verleden…

Ik was 13 en zag geen uitweg meer. Hoe moest ik de pijn dragen die mij dagelijks toe kwam? Ik had het zwaar en geen ruggenspraak. Alleen, en alleen in mijn gevoelens.

Alleen de meest dierbaren weten dat ik geen fijne jeugd heb gehad. Alles behalve dat. Ik had geen thuis zoals dat thuis kon zijn. Ik was alleen en eenzaam. En juist daarom, omdat ik weet hoe het is om onveilig op te groeien, raakt het mij diep dat ik Evan dat veilige thuis wil geven. Ik heb gehoopt op de hoop.

En nu zit ik hier. In een situatie waarbij het gezin alle aandacht vergt. Waarbij ik Evan een thuis wil geven. Dagen van corrigeren, bijsturen, conflicten en het niet meer kunnen overzien. Wat als ik niet het juiste doe? Wat als ik dít of dát doe.. Zal hij dan niet in een bui terecht komen…?

En misschien was het juist daarom dat mijn gedachten teruggingen naar iets eenvoudigs. Met Evan op zwemles gaan. Iets waarvan ik hoopte dat het even alleen van ons zou zijn. Hem dicht tegen mij aan te voelen. Het huid-op-huid contact wat ik al die tijd gemist had, en er nu misschien wél zou zijn. Hem te zien lachen en spartelen in het water. Ik was er klaar voor. 

De eerste les moest plaats vinden en de voorbereiding erop bij Evan bracht al enige kortsluiting teweeg: “Als het water maar niet te diep is, mamma. Nee ik kan dat niet, ik ben bang mamma”.

Een gesprek met de zwemleraar gaf mij de informatie dat de bodem versteld kon worden: “Hij krijgt relatief 1 op 1 begeleiding, er zijn 3 andere kindjes aanwezig en de ouders zwemmen mee”.

Het bracht mij hoop. Zie je wel, het komt wel goed

Eenmaal in het zwembad gingen we positief van start. En daar was het moment dat de zwemleraar (Léon), mij vroeg of hij een activiteit met Evan kon voordoen. Enigszins vertwijfelend, maar met Evan naast mij, rustig zittend op de rand van het zwembad, gaf ik aan dat dit kon. Evan leek er zin in te hebben. Terwijl Léon uitlegt hoe de schoolslag gaat, pakt hij Evan bij zijn voeten en draait ze naar buiten, om daarna rond draaiende bewegingen te maken. Ik houdt onbewust mijn adem in en neem Evan in mij op. Shit. Te laat. Zijn voeten worden naar buiten gedrukt en hij laat een grimas zien. Hij heeft pijn. Of hij denkt dat hij pijn heeft. Zijn linker voet, die 6 weken geleden gebroken is geweest, functioneert niet zoals hij moet functioneren. Bij elke stap die hij zet, voelt hij pijn. De röntgenfoto’s zijn goed, “Maar omdat hij ASS heeft voelt hij elke nieuwe botaangroei of scheef botje”,  hoor ik de chirurg in mijn oor zeggen. ‘Hij voelt alles, een soort van fantoom- pijn’.

Ik ben te laat. Nog voordat ik de herhalende woorden van de chirurg in mijn oor hoor, laat hij zijn armen hangen en zet zijn handen stevig af aan de rand van het zwembad. Vertwijfelend kijkt hij naar mij. Ik laat een blik zien van – het- is- OK- Evan. Maar het heeft geen zin meer. Hij krijst het uit, hij balt zijn vuisten en laat tranen biggelen over zijn wangen. Léon, duidelijk niet weten waarin hij in terecht is gekomen, besluit zijn aandacht te richten op de andere kinderen in de zwemles. Logisch, hij wil niet de emotie overbrengen naar de andere kinderen. Zonder te veel in te vullen (omdat ik inmiddels heel goed weet hoe Evan denkt, voelt en zijn gevoelens uit), neem ik een open houding aan. Er komt geen zinnig woord bij hem uit. Ik besluit de andere techniek toe te passen: Erkenning. “Ik zie dat je pijn hebt. En bang bent. Maar mamma is bij jou”.

Hij is weg. Niet meer hier. Vol in zijn eigen emoties. En ik kan hem niet meer bereiken. De daarop volgende twintig minuten hoor ik kreten als: ik ga nooit meer naar zwemles, ik ga echt niet meer voeten oefenen en NU niet meer zwemmen!

Hoewel ik tegen het einde positief wil afsluiten, en  wetende dat de kinderen nog even vrij mogen zwemmen, lukt mij het niet meer om in het hier en nu te zijn. Evan gaat nog harder schreeuwen dan even tevoren, waarop de andere kinderen nog onrustiger worden. Lage, hoge en dierlijke geluiden komen voorbij, beseffend dat ik mijzelf niet ingeschreven voor een tienvoudig concert van waarin ik nu in zit.

 Hoop…  Het woord waar ik zo’n hekel aan heb (gekregen).. Maar duidelijk zit verweven als een rode draad in mijn leven…

Of is het romantiseren? De situatie mooier maken dan dat het is…?

Misschien is romantiseren niet het ontkennen van pijn. Misschien is het mijn manier om naast die pijn ook het goede te blijven zien.

Wat het ook is, en waar het ook eindigt…

Voor mij is het erkenning. Dat het leven soms zwaar en machteloos is. En dat ik - en wij- , vrienden om ons heen hebben die het leven dragelijk maken. Erkenning geven voor de soms – en zo- vaak - onprettige momenten.  En dat mijn gevoel, en die van anderen, er mag en mogen zijn.

Ik blijf lachen en zeggen dat het goed gaat. En dat is niet alleen omdat ik dat het wens en graag wil: het goede in mensen zien. Maar ook omdat dit mijn overlevingsmechanisme is. Mijn pijn. Wat mij er doorheen haalt. Een manier vinden om de moeilijke werkelijkheid dragelijker te maken. Iets wat ik kan…

Misschien is dat wel wat ik nodig heb. Niet dat iemand de pijn wegneemt. Maar dat iemand zegt: ik zie je.