Vervolg- even terug in de tijd 2
Kennismaking met een nieuwe school
De dag dat wij ons moeten melden bij de basisschool (Jenaplan- onderwijs), schijnt de zon uitbundig. Het is bijna zomer. De vogels zijn druk in de weer en de zon laat haar stralen zien. Het is voor mij de mooiste tijd van het jaar. De ontwapening is geweest van de natuur, de vogels zijn uitgevlogen en naarstig op zoek naar hun vaste huisje, en de wolken zijn vertrokken om zich achter de zon te verschuilen.
Hand in hand loop ik met Evan naar het schoolplein. De plek waar ik zeker 3 keer per week sta om Owen op te halen. Voor hem is dit een uitstekende keuze geweest. Daar waar hij met tegenzin naar school ging naar de school uit ons dorp, gaat hij hier alle dagen met plezier heen. We hebben een vrolijke Owen terug gekregen die zichtbaar geniet na een school dag. Wat zou het leuk zijn, als Evan naar dezelfde school gaat als zijn broer! Evan loopt zonder tegen pruttelen mee naar binnen. Voor hem ook een bekende plek. Zodra we de school betreden, komt de directrice op ons afgelopen. Ik merk dat ze mij herkent en Evan als broer van Owen herkent. Wat zijn zeg! Als we haar kamer betreden ben ik blij om speelgoed te zien. Ze opent deze behendig en zegt tegen hem, terwijl ze door haar knieën zakt, dat er hele leuke auto’s inzitten. Ze heeft een afwachtende houding, net perfect voor Evan. Nadat Evan is geïnstalleerd, temidden van verschillende soorten auto’s om hem heen, pakken wij het gesprek op.
Ik doe verslag hoe we hier zijn gekomen, welke wegen we al hebben behandeld. Dat het MOC niet geschikt is voor Evan en wij nu moeten bekijken of regulier of speciaal onderwijs passend is. Haar gezicht krijgt ergens een emotieloze uitdrukking, maar met haar opgetrokken wenkbrauwen kan ik verbazing af lezen. Mijn vermoeden wordt bevestigd als ze aangeeft dat ze niet begrijpt waarom het MOC geen advies heeft gegeven. “Omdat hij niet beoordeeld is, hij is er geen 6 maanden geweest”, zeg ik afgemat. Omdat ik geen zin meer heb om dingen uit te leggen, omdat ik het gevoel heb om weer tegen een muur aan te lopen, laat ik een stilte vallen. Mijn vermoedens worden weer bevestigd als ze de woorden uit spreekt: “Ik denk niet dat Evan passend is binnen ons onderwijs. Ik heb hem kunnen observeren in de keren dat ik hem heb gezien. Hij zal niet aansluiten bij leeftijdsgenoten en hij zal onder sneeuwen”. Ik kan niet anders dan een stilte laten. Ik weet het niet meer. Ze vervolgt: ik begrijp niet dat het MOC geen advies heeft gegeven. Dat is hun taak. Ondanks dat hij geen 6 maanden beoordeeld is, zij horen het advies te geven”. Als onbewust reactie staar ik voor mij uit om vervolgens een traan over mijn wang te voelen. Ik wend mijn hoofd af en kijk in de richting van Evan. Hij is aan het spelen met auto’s op de grond. Hij heeft een rij auto’s op kleur gezet om ze vervolgens met zijn hand allemaal aan te tikken. Ik voel mijzelf ineen krimpen. Mijn hart huilt en doet zeer. Wat moet ik nu? Waarom kan Evan nergens tussen passen? Waarom is er simpelweg geen plek voor Evan in de maatschappij. Is hij dan zo anders dan anderen? Misschien ben ik hem al zo gewend dat ik zijn gedrag begrijp en normaal ga vinden. Een hand raakt mijn arm. Het brengt mij terug in het hier en nu. Alsof ze mijn gedachten kan horen, pakt ze het gesprek weer op: Evan is passend binnen speciaal onderwijs. Daar hebben ze kleine klassen, waar hij minder snel overprikkeld raakt. Ook kan hij dan de juiste begeleiding krijgen. Ik zal je het nummer geven van verschillende speciaal onderwijs- systemen in deze omgeving”. Ik kijk haar aan in haar ogen, waarin ik medeleven zie en een begrijpende blik. Dankbaar dat iemand naar ons luistert, ons hoort en ons wil helpen, sluiten we het gesprek af met een Evan die teleurgesteld is dat hij niet meer zijn auto’s op kleur mag sorteren, en ik met een mengeling van gevoelens. Boosheid dat wij dit traject zelf moeten doorlopen zonder duidelijk advies van instanties. En daarbij een dankbaarheid van 1 persoon die met ons mee denkt, ons niet laat rond dwalen in het donker zonder een oplossing te bieden. Het geeft hoop en hoop is alles wat we nu nodig hebben.